FIP

Feline infectueuze peritonitis (FIP) is een ziekte die veroorzaakt wordt door een coronavirus infectie. Veel verschillende stammen van het coronavirus kunnen de kat infecteren, maar de meeste veroorzaken geen ernstige ziekte. FIP-producerende stammen worden onderscheiden door hun mogelijkheid om bepaalde witte bloedcellen binnen te gaan en daar te groeien. De geïnfecteerde cel transporteert het virus door het kattenlichaam. Een intense ontstekingsreactie ontstaat in bet weefsel waar deze cel terechtkomt. Het is deze interactie tussen het immuunsysteem van het lichaam en het virus dat de ziekte veroorzaakt.

Geïnfecteerde katten scheiden coronavirus uit via hun speeksel en ontlasting. De meeste katten raken geïnfecteerd door het virus in te ademen, op te nemen door direct contact met een geïnfecteerde kat, of door contact met voorwerpen die besmet zijn met het virus, zoals kleding bedmateriaal, speelgoed en vooral de kattenbak. Hoewel het virus een aantal weken in de omgeving kan overleven, wordt het vrij snel geïnactiveerd door de meeste huishoudelijke schoonmaak- en ontsmettingsmiddelen. Een goedkope en effectieve desinfectans is 1 deel bleekwater op 32 delen water.

 

Symptomen

Initiële blootstelling aan het FIP virus resulteert gewoonlijk niet in duidelijke symptomen. Sommige katten maken echter wel een milde ademhalingsaandoening door, die wordt gekarakteriseerd door niezen, waterige ogen en waterige uitvloeiing uit de neus. Andere katten kunnen een milde buikaandoening ondergaan. De meeste katten, die de primaire infectie doormaken, komen daar volledig overheen, maar sommige kunnen drager van het virus worden. Slechts een klein percentage van katten die worden blootgesteld, ontwikkelen de dodelijke ziekte - weken of zelfs maanden na de primaire infectie.

De start van klinische tekenen van de dodelijke FIP kan plotseling zijn (vooral bij kittens), of de symptomen kunnen langzaam aan sterker worden. Veel katten hebben niet-specifieke symptomen zoals variabele eetlust, depressie, ruwe vacht, gewichtsverlies en koorts.

De belangrijkste vormen van FIP zijn de effussieve (natte) FIP, non-effussieve (droge FIP) en een combinatie van beide. Het meest karakteristieke symptoom van natte FIP is de opeenhoping van vloeistof in de buikholte en of borstkast. Wanneer de hoeveelheid vocht teveel wordt, kan de kat ademhalingsmoeilijkheden krijgen.

De start van droge FIP is langzamer. Bij droge FIP verzamelt zich een minimale hoeveelheid vocht, terwijl gewichtverlies, depressie, bloedarmoede en koorts bijna altijd aanwezig zijn. Daarnaast kunnen tekenen van nier falen, verhoogde vochtinname en urineren, lever falen (geelzucht), pancreatititsche aandoening (overgeven diarree en diabetes), neurologische aandoening, evenwichtsstoornissen, gedragsverandering, verlamming, stuipen, overgeven, diarree en oogaandoeningen (ontsteking en/of verlies van gezichtsvermogen) in diverse combinaties voor komen.

FIP is een moeilijke ziekte om vast te stellen, omdat elke kat een individueel ziektepatroon vertoont met symptomen die gelijk zijn aan veel andere aandoeningen.

Besmetting

Jonge katten (jonger dan 2 jaar), oudere katten (ouder dan 10 jaar), katten in slechte lichamelijke conditie en katten die een infectie of stress ondergaan (kortom: hoge stress en/of lage weerstand) zijn vatbaarder voor FIP. Het is een relatief ongewone ziekte in de algemene kattenpopulatie; minder dan 1% van de katten die een dierenarts ziet. In meer-kat huishoudens, zoals asiels en catteries, kan het percentage hoger liggen, soms 10-20% van de vatbare populatie over een periode van een aantal maanden.

Testen

De KELA, ELISA, IFA en virus-neutralisatie tests vinden de aanwezigheid van coronavirus antilichamen in een kat. Een positieve test betekent alleen dat de kat blootgesteld heeft gestaan aan een coronavirus (niet noodzakelijkerwijs één die FIP veroorzaakt) en daartegen antilichamen heeft ontwikkeld. Een negatieve test betekent dat de kat niet blootgesteld is geweest aan een coronavirus.

Het getal, of de titer, dat wordt gegeven, is de hoogste verdunning van het serum dat nog steeds een positieve reactie geeft. Een lagere titer betekent weinig antistoffen in het bloed. Een hogere titer betekent veel antistoffen. Een gezonde kat met een hoge titer zal niet noodzakelijkerwijs meer kans hebben om FIP te ontwikkelen, of een drager te zijn van een FIP-veroorzakend coronavirus. Het betekent niet dat de kat beschermd is tegen een toekomstige FIP-infectie!

Recentelijk zijn twee nieuwe tests ontwikkeld, die delen van het virus zelf kunnen ontdekken. De immonoperoxidase test kan FIP nauwkeuriger vaststellen, dan de traditionele histopathologische test, omdat het de geïnfecteerde cellen in het weefsel vindt. Een biopsie van aangetast weefsel is nodig voor evaluatie. Een andere antigeen test gebruikt polymerase chain reaction (PCR) om viraal genetisch materiaal in weefsel, of lichaamsvocht vast te stellen. Hoewel de test veelbelovend is, toont PCR op dit moment alleen nog coronavirussen in het algemeen aan en niet de FIP-veroorzakende virussen.

Helaas gebruiken veel laboratoria verschillende antigeen tests, die op verschillende manieren zijn bereid. Daarnaast kan de interpretatie van testresultaten verschillen. Valse resultaten kunnen om niet specifieke redenen ontstaan, tenzij de tests nauwkeurig worden gecontroleerd. De test kan moeilijk te interpreteren zijn, aangezien deze gewoonlijk afhangt van een subjectieve beslissing van de persoon die de test interpreteert.

Diagnose

Een diagnose van FIP wordt gewoonlijk gedaan op basis van klinische tekenen, routine laboratoriumtests en evaluatie van vocht in de buik- of borstholte. Sommige gevallen zijn een diagnostische uitdaging, aangezien de symptomen niet specifiek voor FIP zijn. In alle gevallen is een weefsel biopsie de enige manier om een diagnose van FIP te bevestigen.

Behandeling

FIP wordt op dit moment beschouwd als een ongeneeslijke ziekte. Helaas bestaat nog geen geneesmiddel dat FIP geneest. Het doel van therapie is om ondersteunende verzorging te geven en om de zelfvernietigende impuls van de ziekte te verlichten. Sommige behandelingen kunnen een korte verbetering geven in een klein percentage van de patiënten. Een combinatie van corticosteroïden en cytotoxische medicijnen en antibiotica met een onderhoud van vocht en voedselinname kan helpen. In de toekomst kan het mogelijk de combinatie van immunomodulerende medicijnen en effectieve antivirus medicatie zijn die verlichting geeft.

Voorkoming

In meer-kat huishoudens is het noodzakelijk de omgeving zo gezond mogelijk te houden om blootstelling aan infectueuze agenten te vermijden. Het voorkomen van overbevolking, stress, katten gevaccineerd houden, goede voeding, goede hygiëne en het uitroeien van feline leukemie infecties, kunnen allemaal helpen in het verlagen van het risico op FIP in een groep katten.

Op de markt zijn een klein aantal FIP vaccins verkrijgbaar. Deze zijn echter zeer omstreden en worden ervan verdacht dat ze eerder een risico op besmetting geven, dan een bescherming hiertegen.

Verzorging van een kat met FIP

Wanneer eenmaal klinische tekenen aanwezig zijn, leven katten met de natte vorm van FIP gewoonlijk een aantal dagen tot een aantal weken. Sommige volwassen dieren kunnen het zes tot acht maanden vol houden. Katten met de droge vorm sterven gewoonlijk binnen een paar weken, maar sommige houden het een jaar of meer vol. Goede verzorging, een gebalanceerd, hoogwaardig dieet zijn ingrediënten die ervoor zorgen dat de kat het zo goed mogelijk heeft in de laatste stadia van de ziekte. De dierenarts kan medicijnen voorschrijven die het ongemak verlichten.

FELV

Feline Leukemie Virus of leucose is een virusziekte met een dodelijke afloop. Het virus kan leukemie (tumoren van de witte bloedcellen) veroorzaken, maar dit is niet de ziekte die het meeste optreedt na infectie. Het virus tast namelijk het immuunsysteem van de kat aan (immunosuppressie), waardoor ze gevoeliger zijn voor infecties. Het ziektebeeld van FeLV wordt daardoor vooral veroorzaakt door secundaire infecties.

Na infectie vermeerdert het virus zich in de keelamandelen en verspreidt zich naar het beenmerg, lymfevaten en lymfeknopen. Het virus komt in het bloed en vanaf dan is het aan te tonen door middel van een bloedtest. Als de speekselklier wordt geïnfecteerd, dan zal de kat virus gaan uitscheiden. Vanaf nu is de kat besmettelijk voor andere katten!

Vooral speeksel bevat dus hoge concentraties virus. Speeksel is ook de voornaamste manier van overdracht van de ene kat op de andere. FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact met andere katten overgedragen. Denk bijvoorbeeld aan uit elkaars bakje eten, of elkaar wassen. Via speeksel, bloed, urine en ontlasting kan het virus worden overgebracht. Een drachtige poes kan het virus via de placenta overbrengen op haar kittens (en later via de moedermelk). Dit kan leiden tot abortus, of geboorteafwijkingen. N.B. Gezond geboren kittens zullen virusdrager blijven!

FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen, maar ook door een bijtwond met vechten. Bij FIV daarentegen geschied de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact.

Katten die in een groep samenleven en onderling niet vechten hebben dus ook kans op besmetting als een kat met FeLV in de groep zit. Echter, niet alle katten die besmet raken met het virus worden ziek. Gezonde, sterke katten met een goed immuunsysteem kunnen het virus bestrijden en overwinnen. Deze katten scheiden geen virus uit en worden niet ziek.

Katten die het virus niet kunnen bestrijden , bijvoorbeeld door een verminderde weerstand, zullen het virus gaan uitscheiden. Zij zijn zelf nog niet ziek maar al wel besmettelijk voor andere katten. Ze worden daarom ook wel "dragers" genoemd. In de loop van enkele maanden tot jaren (3 jaar) zullen zij ziekteverschijnselen gaan vertonen.

Leeftijdsresistentie:

  • Bij jonge kittens zal 70-100% ziek worden.
  • Bij kittens van 8-12 weken oud wordt 30-50% ziek.
  • Bij volwassen katten wordt 10-20% ziek.

Symptomen

Het meest belangrijk zijn de secundaire gevolgen van de infectie door een verminderde afweer, waaronder FIP, toxoplasmose, bacteriële ontstekingen, tandvleesontstekingen, abcessen, huidontstekingen en oogonstekingen (uveitis).

Andere symptomen zijn:

  • Tumoren. De meest voorkomende tumor is maligne lymfoom maar ook leukemie, tumoren in lever, nieren, buikvlies of milt kunnen ontstaan.Het is afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn, welke klachten de kat krijgt
  • Bloedarmoede, doordat het beenmerg niet goed meer functioneert.
  • Vermageren
  • Benauwdheid
  • Koorts
  • Sloomheid
  • Zwelling van
  • Oogontstekingen zoals uveitis
  • Slecht eten
  • Voortplantingsproblemen bijvoorbeeld abortus, sterfte van pasgeboren kittens, onvruchtbaarheid.
  • Verlammingsverschijnselen

Helaas is FeLV niet te genezen. De secundaire bacteriële ontstekingen dienen met antibiotica te worden bestreden. Experimenteel wordt gebruik gemaakt van Interferon van Virbac. Dit is een dure behandeling, maar succesvol te zijn. Het is echter nog onduidelijk of dit DE therapie zal worden voor katten met FeLV.

Katten die daadwerkelijk ziek zijn zullen helaas overlijden. (50% is overleden binnen 1 jaar, 90% binnen 3 jaar) Hoelang de kat nog kan leven met zijn ziekte is afhankelijk van de symptomen en zijn weerstand. De kat dient in ieder geval apart gehouden te worden van andere katten in verband met het besmetten van andere katten. Dit betekent dat de kat ook niet naar buiten mag, omdat hij dan andere katten kan besmetten.

De meest gebruikte testmethode is de Snap Combo-test (ELISA) van Idexx. Met deze test wordt het virus aangetoond in het bloed. Met wat afgenomen bloed van de kat kan binnen enkele minuten een uitslag worden bepaald. U kunt op de resultaten wachten. De test is zeer betrouwbaar. Een negatieve uitslag betekent ook geen FELV. Bij een positieve uitslag zal het bloed ook nog naar een gespecialiseerd laboratorium moeten worden gestuurd voor een confirmatie (bevestiging). Dit moet omdat vals-positieve uitslagen kunnen voorkomen.

FIV

Feline Immunodeficientie Virus wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan het HIV virus bij de mens dat AIDS veroorzaakt. FIV wordt daarom ook wel kattenaids genoemd. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens. Het is geen zoönose! Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via vecht- en bijtwonden worden katten geïnfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geïnfecteerde katers tweemaal zo groot als geïnfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten, die naar buiten gaan. Katten die binnenshuis leven, in een groep waar de rangorde is bepaald, zullen elkaar niet snel besmetten, omdat ze niet veel vechten met elkaar. Ook bij dekkingen wordt vaak gebeten (nekbeet), waardoor een poes geïnfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan de ziekte ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens. Bij FIV geschiedt de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact. FeLV wordt daarentegen voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen en in een veel mindere mate door een bijtwond met vechten.

Symptomen

Het ziekteverloop is vergelijkbaar met HIV. Het virus tast het immuunsysteem (immunosuppressie) van de kat aan waardoor deze gevoelig wordt voor allerlei infecties.

Na infectie met het FIV virus zijn er een aantal stadia:

  1. Acute stadium. Dit stadium kan zonder ziekteverschijnselen optreden. Soms wordt alleen wat koorts waargenomen.
  2. Asymptomatische fase. In deze fase vertoont de kat geen ziekteverschijnselen. Deze periode kan een aantal jaren duren, soms zelfs langer dan 5 jaar. De kat kan wel andere katten besmetten.
  3. Fase met vage, algemene symptomen zoals terugkerende koorts, oogontstekingen (uveitis) verminderde eetlust en vermageren.
  4. AIDS gerelateerd stadium. Dit is het stadium waarin het de eigenaar opvalt dat de kat niet in orde is. Veel voorkomende ziekteverschijnselen zijn: tandvleesontstekingen, oogontstekingen, vermageren, lymfeknoopzwelling, benauwdheid en diarree. Deze symptomen worden over een periode van enkele maanden steeds erger.
  5. AIDS. Uiteindelijk zal een deel van de katten een stadium bereiken vergelijkbaar met AIDS bij de mens. De kat vermagert, krijgt chronische ziekteproblemen en allerlei secundaire infecties die hij niet kan overwinnen. Longontsteking en neurologische verschijnselen (zenuwafwijkingen) worden nogal eens waargenomen bij katten met AIDS

Door de lange periode (gemiddeld 5 jaar) die zit tussen besmetting met het virus en het ontwikkelen van ziekteverschijnselen, hebben katten met FIV een betere prognose dan katten met FeLV. Zij kunnen meestal nog een aantal jaren een goed leven hebben alvorens zij te ziek worden. Helaas zal ook een kat met aids uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.

Testen

FIV is, evenals FeLV, te diagostiseren met behulp van bloedonderzoek. Met behulp van een bloedtest worden antilichamen tegen het FIV virus aangetoond. De meeste katten maken antilichamen 3-4 weken na infectie. Een eenmalige positieve uitslag betekent dat de kat besmet is. Bij gezonde katten kunnen vals positieve uitslagen voorkomen. Is de test positief bij een gezonde kat dan zal het bloed voor confirmatie (bevestiging) naar een gespecialiseerd laboratorium gestuurd moeten worden.

Behandeling

Kattenaids is helaas niet te genezen. De therapie bestaat uit het onderdrukken van de secundaire infecties met antibiotica. Specifieke antivirale therapie met Virbagen Omega van Virbac is mogelijk, maar niet 100% werkzaam. Het is daarnaast een dure behandeling en wordt daarom in de praktijk nog niet veel toegepast.

Het is erg belangrijk dat katten waarbij FIV is gediagnosticeerd, geen andere katten kunnen besmetten. Dit betekent dat ze alleen gehuisvest moeten worden en niet meer naar buiten mogen ter bescherming van andere katten! Het risico op infecties met FIV is het kleinst bij katten die binnen worden gehouden.

BRON: Mainecoon.nl